Boek
Minderjarigen hebben in rechte verschillende participatiemogelijkheden. Deze betreffen de zelfstandige procesbekwaamheid: hun formele rechtsingang. Maar daarvan kunnen zij slechts in een beperkt aantal procedures gebruikmaken. Daarnaast hebben minderjarigen het recht om betrokken te worden in de besluiten die over hen worden genomen. Dit omvat het recht van minderjarigen om in gerechtelijke procedures te worden gehoord. Tot slot hebben minderjarigen een informele rechtsingang: ze kunnen op informele wijze een verzoek voorleggen aan de rechter.De huidige praktijk roept de vraag op in hoeverre de inhoudelijke mogelijkheden binnen de informele rechtsingang, alsmede de hierin gestelde leeftijdsgrenzen en/of de wijze waarop deze verzoeken worden behandeld, niet leiden tot een ongeoorloofde inbreuk op de internationale rechten van het kind. In dit boek onderzoekt de auteur dan ook in hoeverre de informele rechtsingang van minderjarigen (artikel 1:377g BW) voldoet aan de vereisten van het recht op participatie van minderjarigen (artikel 12 IVRK).Daarvoor beschrijft de auteur het doel, de inhoud, de ratio en de reikwijdte van de informele rechtsingang, hoe informele verzoeken op grond hiervan in de praktijk worden behandeld, en het doel, de inhoud, de ratio en reikwijdte van het recht op participatie van minderjarigen, zoals dat is vastgelegd in het IVRK. De auteur constateert de nodige knelpunten en doet enkele concrete aanbevelingen om de participatierechten van minderjarigen te verbeteren. «
Boeklezers.nl is een netwerk voor sociaal lezen. Wij helpen lezers nieuwe boeken en schrijvers ontdekken, en brengen lezers met elkaar en schrijvers in contact. Meer lezen »
Er zijn nog geen recensies voor dit boek.